Home » 10 ONDERWIJS IN BRUSSEL

10 ONDERWIJS IN BRUSSEL

N-VA INVESTEERT IN NEDERLANDS ONDERWIJS VOOR ALLOCHTONEN

 

 
 

In “Knack” beweert Bruno De Lille:

“Toen we enkele jaren geleden in het Brussels Parlement en de Raad van de VGC de eerste discussies hielden over het plaats tekort, verwachtte ik steun van de N-VA omdat ik dacht dat zij het Nederlandstalig Onderwijs zouden zien als een goed middel om meer Brusselaars Nederlands te leren. Nee hoor, onze Brusselse N-VA-parlementsleden zien in die nieuwe leerlingen namelijk vooral een bedreiging. De mix met anderstaligen zint hen niet. Hun argument is ideologisch, niet budgettair. ”

Deze verklaringen van Bruno De Lille zijn pertinent onjuist.

Eerst en vooral telde het Brusselse Parlement tussen 2009-2014 slechts één enkel parlementslid : Paul De Ridder. “Enkele jaren geleden” had de N-VA dus geen meerdere “parlementsleden” (in meervoud zoals De Lille beweert)

Ten tweede volstaat het gewoon de integrale verslagen van de zittingen van de Raad van de VGC op te roepen op de web-site van deze instelling om vast te stellen dat de N-VA in al haar tussenkomsten inzake onderwijs telkens weer gepleit heeft voor meer investeringen in het Nederlandstalig onderwijs.

Dit is in het belang van Brussel omdat alleen het Nederlandstalig onderwijs taalonderricht op niveau verschaft.

De N-VA heeft (tot vervelens toe !) gesteld dat de Nederlandstaligen hun performant Nederlandstalig onderwijsnet in eigen handen moeten houden. Sinds 1830 hebben wij immers tot onze schade en schande moeten ervaren dat wij allerminst op de Belgische overheden kunnen rekenen om de belangen van ons onderwijs te verdedigen. Wij moeten dit zelf doen.

Precies daarom verzetten wij ons radicaal tegen een onderwijs dat geregeld zou worden door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals Groen bepleit.

Alleen het Nederlandstalig onderwijs levert immers de twee- en meertaligen af waaraan Brussel dringend behoefte heeft.

Allochtone en anderstalige ouders weten dit trouwens maar al te goed. Precies daarom sturen zij hun kinderen massaal naar de Nederlandstalige scholen.

Waarom iets veranderen dat goed werkt ? Never change a winning team !

Uiteraard moet men (niet alleen in Brussel maar evenzeer in Antwerpen, Gent, Mechelen, Vilvoorde, Aalst enz. enz. ) terdege rekening gehouden met de specifieke omstandigheden gesteld door klassen met een groot aantal kinderen voor wie het Nederlands niet de huistaal is.

De N-VA heeft in het Brussels parlement – telkens weer ! – gesteld dat de Nederlandstalige scholen wijd open moet staan voor anderstaligen en allochtonen.

Het Nederlandstalig onderwijs biedt hen de kans tot sociale promotie !

Wie iets anders beweert, loochent het licht van de zon.

 

 

14 MAART 2015

 

 

GEEN ONDERWIJS OP Z'N BELGISCH !

De Brusselse afdeling van ‘Oproep voor een democratische school’ (OVDS) pleitte op woensdag 23 februari 2011 voor de fusie van de Franstalige en Nederlandstalige onderwijsnetten in het Brussels Hoofdstedelijk  Gewest.

Volgens OVDS moet onderwijs een bevoegdheid worden van het Brussels Gewest en niet meer van de Nederlandse en Franse Gemeenschap zoals vandaag.

Bovendien moet er in het hele gewest “tweetalig onderwijs” georganiseerd worden.

In “Brussel Vandaag” op TV Brussel verklaarde de woordvoerster van “Oproep voor een democratische school”(sic !, blijkbaar is ons onderwijs vandaag totalitair ) dat zij er naar streven de twee taalge-meenschappen terug dichter bij elkaar moet brengen.

De vraag naar een afschaffing van de Nederlandstalige en Franstalige netten komt vooral van de Franstalige leden.

Die vinden het namelijk ongehoord dat de meeste Franstalige scholen niet in staat zijn om hun leerlingen een degelijke kennis van het Nederlands bij te brengen.

Merkwaardig genoeg studeren in het Nederlandstalig onderwijs - en dit sedert jaren - wél twee-  en zelfs meertaligen af …

Gemotiveerde leerkrachten en directies zetten zich - vaak met bescheiden middelen -  volop in voor hun leerlingen.

Alles kan uiteraard altijd beter, maar het Nederlandstalig onderwijs boekt resultaten.

Het zou dan ook krankzinnig zijn om dit performant onderwijsstelsel af te schaffen: “Never change a winning team ! ”  

Het probleem ligt dus niet bij het feit dat er twee netten bestaan.

Het probleem ligt bij het Franstalig onderwijs.

Misschien zou men daar eens een ernstig gewetensonderzoek moeten doen.

Er bestaat immers geen enkele reden waarom het Franstalig onderwijs geen twee- of meertaligen zou kunnen  vormen.

Een aantal Franstalige scholen bewijzen trouwens reeds nu dat dit kan.

In die scholen bestaat echter een concreet beleefde openheid naar andere talen en culturen.

Men laat er de leerlingen niet langer geloven dat zij met het Frans overal terecht kunnen.

Het Engels is - of men dat nu wil of niet – sedert jaren de internationale communicatietaal bij uitstek.

Kortom: er is aan Franstalige kant een echte mentaliteitswijziging nodig.

Een paar maand geleden bracht de VRT in Panorama een uitzending over de gebrekkige taalkennis in het Franstalig onderwijs.

Jean Pierre Gaillez legde er de vinger op de wonde: het misprijzen voor het Nederlands en de Nederlandstaligen.

Die directeur van het “Centre des langues vivantes” zei dat die erbarmelijke kennis van het Nederlands hem allerminst verwonderde.

Inderdaad !

Kinderen die in  hun omgeving voortdurend op een denigerende wijze horen spreken over “le Flamand” zijn niet erg geneigd gaan om die taal te leren.

Onlangs kregen wij nog een paar krasse staaltjes van die bedenkelijke mentaliteit.

Tijdens de recente Belgicistische betoging “Shame” werd andermaal smalend uitgehaald naar “une langue si locale”.

Een paar maanden eerder tijdens een andere soortgelijke manifestatie droegen betogers borden mee met: “Dank U voor de verfransing !”   

Gevolg: vele Franstalige kinderen zijn niet gemotiveerd om Neder-lands te leren.

Wanneer zij zich echter aanbieden op de arbeidsmarkt blijkt plots dat Nederlands (en ook andere talen) noodzakelijk zijn …

Precies daarom sturen talrijke Franstalige ouders hun kinderen naar Nederlandstalige scholen.

Steeds meer  allochtone ouders doen hetzelfde.

De “kampeertoestanden” spreken in dit verband boekdelen… 

Ook beleidsvoerders zoals Benoit Cerexhe en Charles Picqué weten maar al te goed dat meertaligheid een enorme troef is op de Brusselse arbeidsmarkt.

Hopelijk dringt dit besef nog verder door in het Franstalig onderwijs en laat men zich daar inspireren op de aanpak aan Nederlandstalige zijde.

Daar blijft men overigens steeds bereid tot samenwerking en overleg. 

Het opdoeken van het goed draaiende Nederlandstalig onderwijs zou echter een regelrechte catastrofe zijn voor Brussel en voor de jeugd van deze stad. 

 

Paul De Ridder Brussel&Firenze

Paul De Ridder Brussel&Firenze

Paul De Ridder Brussel&Firenze

Paul De Ridder Brussel&Firenze