Home » 4 NATIONALISME » EEN GETUIGENIS

EEN GETUIGENIS

PAUL DE RIDDER EEN GETUIGENIS

 

 

Geboren in 1948 behoor ik tot de eerste lichting van kinderen uit de arbeidersklasse die - dank zij de democratisering van het onderwijs - hebben kunnen studeren aan een universiteit.

 

Het is dan ook niet meer dan billijk dat ik mij inzet voor de gemeenschap, voor het volk dat mij die kansen heeft gegeven.

 

Met andere woorden, ik voel mij verantwoordelijk voor mijn volk.

 

Dit is de essentie van mijn volksnationalistische overtuiging.

 

Niet dat dit volk zich moet afsluiten van andere - wel integen-deel !-, niet dat dit volk beter is dan andere volkeren.

 

Wel omdat het nu eenmaal de gemeenschap is waarbinnen ik ben opgegroeid en tegenover welke ik mijn plicht moet vervullen.

 

Net als velen voor mij, probeer ik bij te dragen tot de geestelijke verheffing van dit volk.

 

Ik haalde die bezielende motivatie bij Jan Baptist Verlooy, de auteur van de beroemde “Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden” (1780-1788).

 

Deze aanhanger van de “Aufklärung” en rationalist was er op uit “om het onkondig volk t’onderrichten en zyne rechten te doen kennen”.

 

Na hem hebben ontelbare intellectuelen die taak verder gezet.

 

Denken wij maar aan de Daensisten en aan de studenten die, in de modder van de loopgraven achter de IJzer, volksjongens leerden lezen en schrijven.  

 

Dat laatste is vandaag niet meer nodig. Er zijn nu echter andere noden.

 

Iedereen die niet blind is, kan elke dag zien hoe pover het gesteld is met het politieke bewustzijn in de brede lagen van de bevolking.

 

Verwonderlijk is dit niet. Een aantal politici hangen de clown uit in allerhande shows. Het gaat hen niet meer om ideeën en het bezielende geloof, maar om de show.

 

Vele mensen zijn afgestompt door commercie en blind  “consumentisme”.

 

De drang om zeer veel geld te verdienen en één of meerdere malen per jaar een reisje naar exotische oorden te maken, lijken zowat het summum te zijn.

 

Wij hebben het toch ver gebracht nietwaar ?

 

Vlaanderen geniet vandaag een welvaart als nooit voorheen in zijn geschiedenis.

 

Toch zijn de mensen nog nooit zo ontevreden geweest als nu.

 

Hoeft het dan ook verwondering te wekken dat dit land een van de hoogste zelfmoordpercentages van Europa kent ?

 

Overal zetten zich ingrijpende maatschappelijke verande-ringen door.

 

De verder schrijdende internationalisering en “mundialisering”  maken velen onzeker.

 

Meer dan ooit hebben zij behoefte aan een houvast, aan een thuis, aan een concrete en herkenbare gemeenschap waar-binnen zij zich goed voelen, een doel waarvoor zij zich kunnen inzetten.

 

Enkel op die manier kunnen zij de voldoening smaken iets gerealiseerd te hebben en tezelfdertijd meer mens te zijn geworden.    

 

Dat is het wezen van het humanistisch nationalisme dat ons bezielt.

 

Dit nationalisme werd op een schandelijke wijze overboord gegooid door een klein sectair kliekje van zogezegde “vernieuwers” en “verruimers” die inmiddels naar allerhande partijen zijn overgelopen.

 

In de huidige maatschappelijke context hebben mensen allerminst behoefte aan het zoveelste, o zo toffe ideetje, aan het zoveelste, o zo leuke snoetje maar aan plichtsbewuste mannen en vrouwen die zich met vlotte ernst inzetten.

 

Zelf probeer ik dat in de mate van het mogelijke te doen en op die domeinen waarmee ik best vertrouwd ben. 

 

Reeds verscheidene jaren zet ik mij in voor de vrijwaring van het Brussels cultuurpatrimonium.

 

Reeds geruime tijd poog ik door publicaties, voordrachten en geleide bezoeken Brussel, mijn stad, beter bekend en meer geliefd te maken in Vlaanderen en in het buitenland.

 

Het Brabantse en Nederlandse Brussel van weleer is vandaag uitgegroeid tot een plurinationale grootstad waar meer dan 120 verschillende nationaliteiten leven.

 

Tienduizenden Vlamingen komen hier elke dag werken.

 

Ook wij Nederlandstaligen moeten onze verantwoordelijkheid opnemen voor Brussel. 

 

Brussel is immers een eeuwenoud centrum van Nederlandse cultuur.

 

Het is niet alleen onze hoofdstad maar ook ons venster op de wereld.

 

Hier worden de beslissingen getroffen, op Vlaams, federaal en steeds meer op Europees vlak.

 

Wij mogen deze stad nooit laten vallen.

 

Samen met andere mensen van goede wil moeten wij ons Brussel opnieuw leefbaar maken.

 

Brussel is vandaag pluricultureel.

 

Welnu: pluricultureel betekent dat meerdere culturen aan bod moeten komen.

 

Iemand die beweert op te komen voor de pluriculturele samenleving en tezelfdertijd zijn neus ophaalt voor zijn eigen Nederlandse cultuur is een leugenaar, is een huichelaar.

 

Precies daarom is het onze verdomde plicht niet alleen in het Nederlandse taalgebied maar ook en vooral in Brussel voor onze Nederlandse taal en cultuur op te komen.

 

Daarvoor moeten wij niet rekenen op de zogenaamde ‘toffe jongens’ met hun zogenaamde ‘frisse ideetjes’.

 

Zij hebben reeds teveel onheil aangericht.

 

Wij hebben integendeel nood aan ernstige en plichtsbewuste mensen, mensen die verantwoordelijk zijn voor hun volk.

 

Meer dan ooit bestaat er behoefte aan een partij die resoluut opkomt voor de identiteit van dat volk.

 

2004

 

ESSENTIE VAN HET VOLKSNATIONALISME

 

Tijdens debatten op tv en in krantencommentaren weerklinken meermaals twijfels over de leefbaarheid van een partij als de N-VA.

 

Het gaat daarbij niet alleen over het behalen van de kies-drempel maar ook - meer ten gronde - over de vraag of Vlaanderen nog steeds een volksnationale partij nodig heeft.

 

Tijdens het VTM programma "Polspoel en Desmet" op 16 april 2003 werd erop gewezen dat België vandaag een federale staat is geworden en dat Vlaanderen thans beschikt over een eigen parlement.

 

"Zeventig tot tachtig procent van het programma van Frans Vander Elst dat is er", zo luidde de vaststelling van een der moderatoren.

 

Er kunnen ongetwijfeld nog verbeteringen worden aange- bracht.

 

Maar is zoiets wervend genoeg ?

 

Of nog: "Als je programma gerealiseerd is dan houdt het toch op".

 

Kortom het is mooi geweest en laat ons er nu maar mee stoppen.

 

De Vlaams-nationale partij wordt hier enkel en alleen gezien als een instrument om een aantal staatkundige hervormingen door te voeren: de omvorming van een unitaire staat tot een federale en ten dele zelfs confederale staat.

 

Daarna moeten de andere partijen: de socialisten, de liberalen, de christen-democraten of zelfs de groenen het roer over-nemen.

 

Met andere woorden: eens een ruime vorm van autonomie verworven is, zou een volksnationale partij geen zin meer hebben.

 

Daarbij passen een aantal opmerkingen:

 

1° Allereerst is er de nuchtere vaststelling dat noch de socialisten, noch de liberalen, noch de christen-democraten en zeker niet de groenen ooit uit zichzelf de noodzaak hebben ingezien om de Belgische staat diepgaand te hervormen.

 

Wel integendeel !

 

Zij hebben zich decennialang hardnekkig tegen soortgelijke ingrijpende hervormingen verzet.

 

De Volksunie kreeg telkens weer te horen dat zij geen aandacht had voor de "echte problemen" maar dat zij bezighield met "valse problemen".

 

Erger nog !

 

Sommigen verweten de volksnationalisten dat zij een hersenschimmig federalisme najoegen "om Belgie kapot te krijgen".   

 

De regionalisering is er enkel gekomen omdat de volksnatio-nalisten de andere partijen gedwongen hebben hun programma over te nemen.

 

 

De staatshervorming is op verre na niet voltooid. Voor zover zo'n proces overigens ooit voltooid zou kunnen zijn.

 

Telkens weer zijn aanpassingen nodig om het samenleven van diverse volkeren vlot te doen verlopen.

 

Ook vandaag is Vlaanderen - ondanks alle staatshervomingen - nog steeds niet bij machte om een efficiënt beleid te voeren in een aantal materies die ingrijpen in het dagdagelijkse leven van de "gewone man".

 

Ondermeer inzake tewerkstelling, economie, verkeersveilig-heid, gezondheidszorg, strijd tegen de criminaliteit, openbaar vervoer enz. lopen de opvattingen tussen Vlaanderen enerzijds en Wallonië anderzijds dermate uiteen dat het onmogelijk is globale maatregelen te treffen.

 

Maar al te vaak komt men na lange onderhandelingen een of ander halfslachtig compromis uit de bus dat geen van de partijen voldoening schenkt.

 

Het vergt geen betoog dat dit in de brede lagen der bevolking onbehagen wekt.

 

België is contraproductief. België werkt niet meer. 

 

Enkel door Vlaanderen en Wallonië nog meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden te geven kan aan dit non-beleid een einde worden gesteld in het belang van beide volkeren.

 

Net als in het verleden, zullen de andere partijen enkel en alleen onder druk van een Vlaams-nationale partij bereid zijn verdere stappen zetten op het vlak van de staatshervorming.

 

Alleen al om die reden blijft ook nu nog een volks-nationale partij als  de N-VA noodzakelijk.

 

 

 

 

Dit is des te meer waar omdat tijdens de laatste jaren de Europeanisering en de internationalisering zich steeds sterker doorzetten.

 

Destijds moesten wij enkel en alleen onze Nederlandse taal en cultuur vrijwaren in het Belgisch kader.

 

Vandaag werd op dit vlak reeds een hele weg afgelegd.

 

Toch blijft er, zeker in Brussel en in de rand, permanente waakzaamheid vereist. En dit is nog zacht uitgedrukt.

 

Daarbij komt echter een nieuwe uitdaging.

 

Ook op Europees en mundiaal vlak moeten wij opkomen voor de belangen van onze taal en cultuur.

 

Europa voelt zich zelfs geroepen tussenbeide te komen in de taalregeling in de faciliteitengemeenten rond Brussel (Rapport Nabholz-Heidegger).

 

Gelooft men echt dat wij de verdediging van onze taal, cultuur en identiteit mogen overlaten aan partijen en dit in heel hun geschiedenis, telkens weer bewezen hebben dat dergelijke bekommernissen voor hen allerminst een prioriteit vormen ?

 

Respect voor eigen taal en cultuur is geen verworvenheid.

 

Daaraan moet elke dag opnieuw gewerkt worden.

 

Kortom ook hier blijkt andermaal dat een volksnationale partij vandaag meer dan ooit noodzakelijk is.

 

 

 

De verdediging van eigen taal vormt overigens een funda-menteel humanistische opdracht, essentieel voor de vrijwaring van de democratie.

 

Reeds op het einde van de achttiende eeuw stelde de Brusselse advocaat J.B.C. Verlooy, zeer uitdrukkelijk dat mensen pas ten volle hun maatschappelijke belangen kunnen verdedigen, dat zij pas ten volle kunnen participeren aan de samenleving en aan het bestuur van het land wanneer zij dat probleemloos in hun eigen taal kunnen doen.

 

Enkel in de eigen taal kan men ten volle opkomen voor zijn democratische rechten.

 

Een burger die verplicht is dat in een andere taal te doen wordt sterk gehandicapt.

 

Kortom de vrijwaring van eigen taal, cultuur en identiteit - bij uitstek nationalistische doelstellingen -  vormen de conditio sine qua non voor de vrijwaring van de democratie.

 

Het wekt dan ook allerminst verwondering dat Verlooy vooraan stond in de strijd tegen de autoritaire Oostenrijkse Habsburger, keizer Jozef II.

 

Respect voor taal en cultuur zijn niet enkel essentieel voor de handhaving van de democratie, zij hebben een nog veel ruimere betekenis.

 

Het is immers een fundamentele realiteit dat de mensheid van oudsher geen uniforme en gelijkgeschakelde massa vormt.

 

Zij bestaat uit een oneindige verscheidenheid van volkeren, talen en culturen.

 

Die verscheidenheid vormt niet alleen een rijkdom op zich maar - en dat is nog veel belangrijker - zij vormt de onmisbare voorwaarde opdat een individu zich ergens thuis zou voelen in een gemeenschap met de daaraan verbonden plichten en rechten.

 

Enkel voor een concreet herkenbare gemeenschap kan de enkeling zijn verantwoordelijkheid opnemen.

 

Voor de uniforme gelijkgeschakelde massa daarentegen voelt niemand zich nog verantwoordelijk.

 

Zoals ouders zich verantwoordelijk voelen voor hun kinderen, burgers voor hun stad, zo voelen wij ons verantwoordelijk voor ons volk, een gemeenschap die voor ons herkenbaar is.

 

Welnu bij die herkenbaarheid speelt de taal en de cultuur een zeer belangrijke - hoewel niet alles determinerende of exclusieve - rol.

 

Precies daarom zijn wij zeer terecht bekommerd om de vrijwaring van die taal cultuur en identiteit.

 

Wij zijn echter niet gehecht aan onze Nederlandse taal en cultuur omdat die beter zou zijn dan die van anderen. Indien wij dat zouden geloven dan waren wij geen nationalisten maar chauvinisten of zelfs imperialisten.

 

Wij zijn gehecht aan onze Nederlandse taal en cultuur omdat die taal en cultuur door hun originaliteit een verrijking vormen voor het mensdom in het algemeen.

 

Wij zijn gehecht aan onze Nederlandse taal en cultuur omdat zij - in de uitgestrektheid van dit aardrijk - ons een vertrouwd leefmilieu verschaffen waarin wij ons als individu kunnen ontplooien, kortom waarin wij meer mens ("humanior") kunnen worden.

 

Een bij uitstek humanistische en democratische opdracht.

 

Inderdaad.

 

Mensen kunnen zichzelf enkel maar verwerkelijken door inzet en door verantwoordelijkheid voor anderen.  

 

Wanneer een individu geen band meer heeft met een gemeen-schap waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt, dan zal het sociaal, psychisch en moreel totaal ontredderd geraken met alle gevolgen van dien, gevolgen die in onze samenleving schrikwekkende vormen hebben aangenomen. 

 

In het licht van dit alles spreekt het vanzelf dat de zorg om het vrijwaren van de eigen taal en identiteit, kortom het volksnationalisme,  nooit voorbijgestreefd zal zijn.

 

Dat de Volksunie dit rijke gedachtengoed onvoldoende heeft uitgedragen, is een van de fundamentele oorzaken van haar ondergang geweest.

 

2003

 

 

ACTUALITEIT VOLKSNATIONALISME

VOLKSNATIONALISME ACTUELER DAN OOIT

 

 (31 maart 2003)

 

In 1790 reisde de Duitse auteur Georg Forster door de Zuidelijke Nederlanden.

 

Onze gewesten waren toen in opstand gekomen tegen het autoritaire beleid van de Oostenrijkse keizer-koster Jozef II. 

 

In zijn gedenkschriften besteedde Georg Forster, een rationeel intellectueel, heel wat aandacht aan de toestand hier te lande.

 

Hij velde een vernietigend oordeel over het gebrek aan politiek bewustzijn van de inwoners van Vlaanderen, Brabant en Limburg.

 

Jarenlang hadden zij geprotesteerd en gemanifesteerd tegen het despotisme van Jozef II.

 

Maar toen zij er uiteindelijk in geslaagd waren de autoritaire Habsburger te verdrijven, wisten zij niet wat aan te vangen met de pas verworven vrijheid.

 

In plaats van die vrijheid te gebruiken om een betere samen-leving uit te bouwen, hielden zij zich bezig met onbenullig-heden.

 

Zij vervielen in onderlinge vetes. In de kortste keren raakten de mensen raakten al dat steriel gediscussieer beu.

 

Na verloop van tijd dachten velen met heimwee terug aan de goede oude tijd toen buitenlandse machthebbers in hun plaats beslisten.

 

Zij waren niet bereid zelf hun verantwoordelijkheid op te nemen.

 

Dit alles deed Georg Forster verontwaardigd uitroepen: “Jullie zijn geboren knechten!”

     

Meer dan tweehonderd jaar later, bij het begin van de 21ste eeuw, klinken die harde woorden pijnlijk actueel.

 

Jarenlang hebben de Vlamingen betoogd, hebben zij moties en pamfletten de wereld ingestuurd, hebben zij congressen en studiedagen gehouden, kortom hebben zij op alle mogelijke manieren geijverd om het zo lang en zo vurig betrachte zelfbestuur te verwerven.

 

En wat gebeurt er ?

 

Uitgerekend op het moment waarop er uiteindelijk, na zovele jaren van strijd, ja na zoveel leed en offers, een reële vorm van autonomie werd veroverd - autonomie die overigens nog verder moet dient uitgebouwd en vergroot - uitgerekend op dat beslissende moment zijn heel wat mensen het Noorden kwijt geraakt.

 

Zij weten niet wat aan te vangen met die pas verworven en nog onvolmaakte vrijheid.

 

 

Uitgerekend op een moment waarop wij omwille van de toenemende Europeanisering, internationalisering en globalisering moeten waken over de vrijwaring van onze Nederlandse taal, cultuur en identiteit, uitgerekend dan,  voelen een aantal verlichte geesten de onweerstaanbare behoefte op zoek te gaan naar een zogezegd “nieuw project”.

 

Trek naar hun cenakels en sanhedrins !

 

Gij zult hen er bezig zien,  de hogepriesters van de zogezegde vernieuwing.

 

Daar, in het heilige der heiligen, zwoegen de zandbakprogres-sieven  in het zweet huns aanschijns om een "nieuw project uit te tekenen” en zogezegde “frisse idëen” te boek te stellen.

 

Na meer dan tweehonderd jaar ontvoogdingsstrijd moet de pas verworven en overigens nog onvolledige autonomie vooral dienen om levensgrote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken als daar zijn “het recht van de jongeren op fuiven” en de zogenaamde “erfenissprong” waarbij tieners rechtstreeks kunnen erven van hun grootouders…

 

De herauten van de zelfverklaarde vernieuwing doen zich voor als sympathieke en toffe jongens en meisjes.

 

Hun belangrijkste bezigheid bestaat er in op de canapés van “de laatste show” aan “infotainement” te doen.

 

Zij komen echter niet verder dan wat “joviaal puberaal gestamel”  (zoals een eminent politiek commentator het reeds in 1992 zeer juist typeerde).

 

De boodschap van weleer - “sociaal en federaal” - hebben zij ingeruild voor “digitaal en anaal”, bij voorkeur dan nog met een jointje tussen de lippen.

 

Wie daar niet meteen wild enthousiast over is, wordt onmiddellijk gebrandmerkt als een hopeloos verouderde conservatief.

 

Wat zeg ik ?

 

Het gaat hier duidelijk om mensen die bezield zijn door een “totalitaire” - ja U heeft het goed gehoord - een “totalitaire” ingesteldheid. Nu gij !

 

Destijds weerklonk tot in den treure de waarschuwing dat wij het “Belgique de papa” niet mochten inruilen voor het “Vlaanderen van papa”.

 

Vandaag echter moet, jammer genoeg, elk met rede begiftigd mens vaststellen dat een aantal politici en gezagsdragers het “Belgique de papa” vervangen hebben door het “Vlaanderen van gaga”.

 

In alle duidelijkheid zeg ik U: de Brabanders, de Limburgers en de Vlamingen hebben geen tweehonderd jaar gevochten voor zelfbestuur om daarna gezegend te worden met een cultuurbeleid van het niveau Anciaux.

 

En ik voeg daar nog het volgende aan toe:

 

Indien meer dan tweehonderd jaar strijd voor gelijkberechti-ging, dit wil zeggen voor de democratie, er enkel en alleen toe gediend zouden hebben om een beleid voort te brengen van het niveau Anciaux, dan hadden wij en onze voorgangers ons die moeite kunnen besparen.

 

Dan hadden wij - en ik weeg mijn woorden - ons beter laten verfransen…

 

Ik had het daarnet over het einde van de achttiende eeuw.

 

Wel uitgerekend in die tijd heeft een rationeel intellectueel voor het eerst de grondbeginselen vastgelegd van deze beweging voor de herwaardering van de Nederlandse taal, cultuur en identiteit.

 

In 1788 publiceerde de Kempense advocaat Jan Baptist Verlooy zijn beroemde “Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden”.

 

In dit traktaat en in andere geschriften stelt deze progressieve jurist dat de brede lagen van de bevolking pas ten volle kunnen participeren aan het maatschappelijk leven en aan het politieke leven wanneer zij dat probleemloos in hun eigen taal kunnen doen.

 

Met andere woorden: de herwaardering van de eigen taal, cultuur en identiteit – bij uitstek nationalistische doelstellingen - vormen  de conditio sine qua non voor een democratisering van de samenleving.

 

Verlooy stond dan ook vooraan in de strijd tegen het despotisme van keizer Jozef II.

 

Hij en zijn medestanders, de democraten, waren er dan ook op uit om de brede lagen van het volk te vormen en politiek bewust te maken.

 

Zij hebben alles in het werk gesteld om “het onkondigh volk te onderrichten en het zyne rechten te doen kennen”

 

Na hem hebben vele anderen diezelfde weg bewandeld.

 

Denken wij maar aan de Daensisten  en aan de sociaalbewuste intellectuelen die in de modder van loopgraven aan de IJzer de eenvoudige volksjongens leerden lezen en schrijven.

 

Dat laatste is vandaag niet meer nodig.

 

Maar iedereen die niet blind is, kan elke dag zien hoe erg het gesteld is met politieke bewustzijn in de brede lagen van de bevolking. 

 

Wie zich niet opsluit in de ivoren toren van het eigen “grote gelijk” maar integendeel zijn oor te luisteren legt bij de gewone mensen, ervaart onmiddellijk hoe sterk de verwarring en het onbehagen hier leven.

 

Wanneer ik zowat overal te lande voordrachten geef, valt het mij telkens weer op hoe groot de vertwijfeling en de ontgoocheling wel zijn.

 

 “Is het daarvoor Mijnheer dat wijzelf en de  generaties voor ons zo lang gestreden hebben ? ”. luidt het telkens weer.

 

 

 

 

"La grande pitié du royaume"  

 

En toch verkondigen een aantal verlichte geesten doodleuk: "Wij zijn er gekomen". "Alles is volbracht".

 

"Met uitzondering van Brussel en een paar taalgrensgemeen-ten is Vlaanderen Vlaams geworden. En dat was toch de doelstelling of niet soms ? Wat wilt gij nu nog meer ? ”

 

Dergelijke mensen zien de zaken wel bijzonder eng.

 

De Vlaamse Beweging was het immers om nog oneindig veel meer te doen dan om taalflamingantisme alleen.

 

De vrijwaring van onze Nederlandse taal, cultuur en identiteit is overigens nooit voltooid.

 

Het vormt integendeel een opdracht voor elke dag.

 

Zelfs volledige autonomie - en daar zijn we nog niet aan toe - hoe belangrijk en hoe noodzakelijk ook, vormt voor ons geen einddoel maar enkel  en alleen een middel.   

 

Waar gaat het dan wel om ?

 

Dit brengt ons bij de essentie van het volksnationalisme. Hier komen wij bij wat uniek is voor de N-VA. 

 

Mensen kunnen zichzelf enkel maar verwerkelijken door inzet en door verantwoordelijkheid voor anderen.

 

Het gaat daarbij niet om een in hogere sferen zwevend, zogezegd universeel mensdom maar integendeel om  een zeer concrete en tastbare gemeenschap.

 

Enkel voor zo'n  gemeenschap immers kan iemand zich verantwoordelijk voelen.

 

Zoals ouders zich verantwoordelijk voelen voor hun kinderen, burgers voor hun stad, zo voelen wij ons verantwoordelijk voor ons volk, een gemeenschap die voor ons herkenbaar is.

 

Welnu: precies de taal en de cultuur dragen in zeer belangrijke mate bij tot die herkenbaarheid.

 

Precies daarom zijn wij zeer terecht bekommerd om de vrijwaring van die taal cultuur en identiteit.

 

Wij zijn echter niet gehecht aan onze Nederlandse taal en cultuur omdat die beter zou zijn dan die van anderen.

 

Indien wij dat zouden geloven dan waren wij geen nationalisten maar chauvinisten of zelfs imperialisten.

 

Wij zijn gehecht aan onze Nederlandse taal en cultuur omdat die taal en cultuur door hun originaliteit een verrijking vormen voor het mensdom in het algemeen.

 

Wij zijn gehecht aan onze Nederlandse taal en cultuur omdat zij ons - in de uitgestrektheid van dit aardrijk - een vertrouwd leefmilieu verschaffen waarin wij ons als individu kunnen ontplooien, waarin wij meer mens ("humanior") kunnen worden.

Kortom, een bij uitstek humanistische en democratische opdracht.

 

Wanneer een enkeling geen band meer heeft met een gemeenschap waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt, dan zal hij sociaal, psychisch en moreel totaal ontredderd geraken met alle gevolgen van dien, gevolgen die vandaag in onze samenleving schrikwekkende vormen hebben aangenomen.

 

Vlaanderen kent het hoogste percentage zelfmoorden ter wereld.

 

Wij hebben het ver gebracht nietwaar !

 

In het licht van dit alles spreekt het vanzelf dat de zorg om het vrijwaren van de eigen taal en identiteit nooit voorbijgestreefd zal zijn.

 

Dit is des te meer waar omdat dit streven vertrekt van de fundamentele realiteit.

 

De mensheid vormt immers geen kleurloze uniforme gelijkgeschakelde grijze massa.

 

Zij valt en dit sedert eeuwen uiteen in talloze verschillende volkeren.

 

Die verscheidenheid vormt niet alleen een rijkdom op zich maar – en dat is nog veel belangrijker – zij vormt de onmisbare voorwaarde opdat een individu zich ergens thuis zou voelen in een gemeenschap met de daaraan verbonden plichten en rechten.

 

Enkel voor een concreet herkenbare gemeenschap kan de enkeling zijn verantwoordelijkheid opnemen. Voor de uniforme gelijkgeschakelde massa daarentegen voelt niemand zich nog verantwoordelijk.

 

Reeds Verlooy had dit zeer goed ingezien.

 

De verscheidenheid aan volkeren en culturen houdt echter ook een aantal uitdagingen en zelfs gevaren in.

 

In de voortdurend wijzigende omstandigheden zal het telkens weer noodzakelijk zijn om het samenleven van de diverse volkeren derwijze te ordenen dat zij in vrede met elkaar kunnen leven.

 

En dit is niet zo gemakkelijk.

 

 

Eeuwenlang werden de volkeren overal ter wereld verdrukt door het onmenselijke staatsimperialisme. Dit imperialisme heeft allerminst oog voor het belang van de mens. Het imperialisme houdt er geen rekening mee dat een mens enkel ten volle zichzelf kan worden binnen het kader van een gemeenschap waarin hij zich erkent en waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt.

 

Het staatsimperialisme is er enkel op uit over een zo groot mogelijke territorium  een zo sterk mogelijk gezag te vestigen.

 

Daarom ook moeten de volkeren die onderworpen zijn aan dit imperium zo snel mogelijk worden gelijkgeschakeld.

 

Welnu: iedereen kan vandaag vaststellen hoe - ondanks verdoken onderdrukking, systematische denationalisering en zelfs brutaal geweld tot regelrechte volkerenmoord toe - overal ter wereld de oude vermolmde en kunstmatige staatsstructuren in al hun voegen kraken.

 

Er gaat welhaast geen dag voorbij of de media maken andermaal gewag van etnische onlusten.

 

En dat men zich geen illusies make.

 

Ook hier bij ons in West Europa zal het nationaliteitenvraag-stuk levensgroot gesteld worden naarmate de oude staatsgren-zen vervagen.

 

De dag komt – ja hij is er al – dat al diegenen die thans  zo meewarig hun neus ophalen voor de "miezerige stammen-twisten" met diezelfde neus op de concrete realiteit gedrukt worden.

 

Dat is de grote uitdaging waarvoor Europa thans staat en niet het wegwerken van boterbergen en de prijs van de patatten.

 

Aan diegenen die van oordeel zij dat na de staatshervormingen alles volbracht zou zijn antwoord ik dan ook: "Mijn lieve man, alles gaat nu pas volop beginnen, niet alleen in Europa maar overal ter wereld"

 

De vrijwaring van onze Nederlandse eigenheid in een steeds sterker verder-schrijdende internationalisering vormt an sich reeds een levensgrote opdracht.

 

Daarnaast wacht ons een andere opdracht die zo mogelijk nog belangrijker is.

 

De essentie van het volksnationalisme vormt de verantwoorde-lijkheid en de inzet voor een concreet herkenbare gemeen-schap om langs die gemeenschap te werken aan een meer menswaardige wereld.

 

Welnu eeuwenlang kregen de Brabanders, de Limburgers en de Vlamingen eenvoudigweg niet de mogelijkheid om voor zichzelf verantwoordelijk te zijn.

 

Het waren de Bourgondische hertogen, het waren de Spaanse en de Oostenrijkse Habsburgers, het waren de Fransen en het was ten slotte lange tijd het francofone Belgische establishment die in hun naam beslisten.

 

Dat op plaatselijk niveau een aantal lokale potentaten de macht uitoefenden doet allerminst afbreuk aan dit feit.

 

Wel integendeel !

 

Het heeft onze mentaliteit van horigen en onderdanen nog versterkt.

 

Thans staan wij op een beslissend keerpunt.

 

De autonomie die wij thans verworven hebben, maakt het steeds moeilijker om eventuele tekortkomingen op de rug van het Belgische alibi schuiven.

 

Onze verantwoordelijkheid is er des te groter op geworden.

 

En daarmee is andermaal het woord gevallen: verantwoordelijkheid.

 

Niet de vrijheid, hoe dierbaar ook; niet de gelijkheid,  hoe noodzakelijk ook maar verantwoordelijkheid en inzet daar komt het op aan.

 

De onvervangbare en unieke specificiteit van ons volksnatio-nalisme ligt hierin dat wij ons verantwoordelijk voelen, niet voor particuliere belangengroepen maar voor een concreet herkenbare volksgemeenschap in haar geheel.

 

Dit laatste sluit overigens allerminst de solidariteit uit met andere volkeren. Wel integendeel !

 

Men moet nationalist zijn om inter-nationalist te kunnen worden.           

 

In een tijd waar de mensen meer en meer vervreemd geraken door massificatie en grootschaligheid verschaft de concrete volksgemeenschap hen een onmisbaar houvast.

 

Een thuis.

 

Velen beseffen onvoldoende hoe ongemeen rijk het gedachtegoed van het humanistisch volksnationalisme wel is.

 

De Volksunie is ten onder gegaan - niet aan meningsverschil-len inzake Lambermont - maar wel omdat men die boodschap niet consequent heeft uitgedragen en verkondigd.

 

De Volksunie werd “doodverruimd” en “doodvernieuwd”.

Men heeft in deze partij mensen toegelaten die geen enkele verwantschap hadden met dit begeesterende gedachtegoed.

 

Dat de Volksunie  een tijd lang geleid werd door iemand die in "Confidenties in Toscane" openlijk verklaarde "Nationalisme nooit meer ! " spreekt boekdelen voor die verdwazing.

 

Wie heeft zo iemand ooit in dergelijke machtspositie gebracht ?

 

De Volksunie had zogezegde "toffe jongens met verfrissende ideëen".

 

De Volksunie had zogezegde “verruimers” en “vernieuwers”.

 

De Volksunie had  technocraten en professionals.

 

Zij had  zelfs managers en marketing specialisten.

 

Zij had echter geen profeten meer.

 

Zij had – zeker aan de top - te weinig mensen die gedreven werden door het geloof dat bergen verzet.

 

Het komt er op aan die lessen nooit te vergeten. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geachte toehoorders

 

Tot voor een paar jaar leefde iedereen in de waan dat de Tweede Wereldoorlog de tweedeling van Duitsland én van Europa definitief bezegeld had.

 

Het Sovjetimperium scheen tot het einde der tijden stand te zullen houden.

 

De naoorlogse grenzen waren heilig en onaantastbaar.

 

In een tijd waar alles werd in vraag gesteld, was één zaak sacrosanct het statensysteem in Europa met zijn artificiële grenzen.

 

Begrijpe wie kan !

 

Van conservatisme gesproken !

 

In 1989 echter heeft zich voor onze ogen een omwenteling voltrokken die niemand voor mogelijk had gehouden.

 

De volkeren van Midden- en Oost-Europa die lange tijd  zo ver af leken, heroverden hun vrijheid en zijn volop bezig zich in Europa te integreren.

 

Op dit historische moment hebben ook wij, langs vreedzame weg en ondanks tal van juridisch - constitutionele obstakels een verregaande vorm van autonomie verworven, autonomie waarvan de fronters en de activisten nooit hebben durven dromen.

 

Thans staan wij voor de beslissende keuze.

 

Ofwel gaan wij in een wereld in volle verandering verder onze kostbare tijd verliezen in onnozelheden, in infantiele spelletjes op tv, in discussies over het geslacht van de engelen.

 

Indien dat onze keuze zou zijn, dan zullen wij voor de geschiedenis het onomstotelijke bewijs geleverd hebben dat dit deel van het Nederlandse volk - dat door historische omstandigheden in 1585 zijn onafhankelijkheid heeft verloren en dat sedert 1830 ressorteert onder de staat België - eenvoudigweg niet bij machte is om op een volwassen manier voor zichzelf verantwoordelijk te zijn en dat het derhalve aangewezen is om die kudde  van horigen en lijfeigenen verder onder de voogdij van al of niet goedmenende vreemde overheden te stellen.

 

 

Ofwel gaan wij de kans die ons thans geboden wordt resoluut aangrijpen om deze autonomie nog verder uit te diepen en tevens zelf te bouwen aan een meer menswaardige samenleving.

 

Een samenleving waarin gewetensvolle, ernstige en plichtsbewuste mensen erover waken dat elkeen de mogelijkheid krijgt om zich vrij en naar eigen inzicht te ontplooien ten dienste van een concrete en herkenbare volksgemeenschap en langs die weg ten bate van het mensdom in het algemeen

 

Enkel een dergelijke samenleving waarin sociale rechtvaardigheid, persoonlijke vrijheid en respect voor de volkse identiteit gewaarborgd zijn, verdient de naam "democratie".

 

Alleen door onophoudend te vechten voor dat grote doel, kunnen wij bereiken dat al de offers van zo velen voor ons niet tevergeefs zijn geweest.

 

Ik twijfel er niet aan dat dit de keuze is van alle plichtsbewuste en verantwoordelijke mensen  die zich - in de traditie van J.B. Verlooy - door de Rede en de gehechtheid aan hun volk laten leiden.

 

Ik dank U.

 

 

 

 

Brussel, 31 maart 2003.

 

ONDERGANG VAN DE VOLKSUNIE

WAAROM IS DE VOLKSUNIE TEN GRONDE GEGAAN ?  (2002)

 

 

In een interview met Annemie Nijs (VRT) beweerde Spirit ondervoorzitter Lambert (maandag 1 juli 2002)  dat Bert Anciaux niets te maken had met het uiteenvallen van de Volksunie.

 

Na al wat er tijdens de laatste weken is gebeurd, kan men er alleen maar over verbijsterd staan dat ook nu nog (!) mensen zo flagrant het licht van de zon loochenen.    

 

Zelfs een buitenstaander kon - en dit sedert ettelijke maanden - zien waarom de VU ten onder is gegaan.

 

Het ging daarbij allerminst om verschillen in opvattingen inzake "Lambermont".

 

De fundamentele oorzaak van de ondergang van de VU is dat deze   partij sinds juni 1992 was overgeleverd aan een "roerige clown", zoals hij op 29 dec. 1999 werd getypeerd in een opgemerkte lezersbrief in "De Standaard".

 

Omdat Anciaux aanvankelijk nogal wat stemmen aanbracht, liet men hem jarenlang begaan.

 

Hij zou de partij helpen een ietwat moeilijker conjunctuur te overbruggen. Zo luidde een vaak gehoorde redenering.

 

 Bovendien voelden sommigen zich niet geroepen om de "betweterige schoonmoeder" uit te hangen...

 

De VU werd letterlijk "dood verruimd" en "dood vernieuwd".

Maar uitgerekend op die domeinen  waar  redelijke vernieuwingen noodzakelijk waren, bleef alles bij het oude.

 

De echte maatschappelijke vragen werden niet beantwoord.

 

In een recent (25 mei 2002) interview met "Villa Politica" stelde Hugo Schiltz terecht dat de mensen vandaag meer dan ooit nood hebben aan een houvast, aan zekerheid, aan verant-woordelijke politici.

 

Welnu uitgerekend in een dergelijke maatschappelijke context, heeft men er 10 jaar geleden niets beter op gevonden dan de leiding van het humanistische en democratische volksnationa-lisme toe te vertrouwen  aan iemand die nooit verder kwam dan wat "puberaal, joviale gestamel" zoals De Standaard het omschreef (DS, 22 oct. 1993).

 

Rationele analyse, gecombineerd aan bezielende begeestering, moest plaats maken voor clowneske nummertjes, bij voorkeur op de canapés van "De Laatste Show".

 

Alles  kon en alles mocht: "Digitaal en anaal".

 

Telkens weer werd het liefste snoetje opgezet. Weer zoveel stemmetjes bij van kritiekloze mensen !

 

Dit alles was flagrant in tegenstrijd met de traditie van de beweging die sedert het einde van de 18de eeuw er op uit was om de mensen hier te lande op te tillen uit hun onwetendheid en verworpenheid.

 

Reeds J.B.C. Verlooy (1746-1797), de auteur van de beroemde "Verhandeling op d' Onacht der Moederlyke Tael in de Nederlanden" (1780-1788),  was er immers op uit "om het onkondig volk t' onderrichten en zyne rechten te doen kennen". 

 

Deze rationalist en nationalist spoorde zijn Nederlandse volk ertoe aan zich te laten leiden door de Rede en zich niet te laten misleiden door de sympathieke schijn.

 

Alle grote figuren uit die beweging ter herwaardering van onze Nederlandse taal en identiteit zijn op die weg verder gegaan: zowel de generaties idealistische leraars als de intellectuele fronters die in de loopgraven van de IJzer hun ongeletterde medesoldaten leerden lezen en schrijven.

 

Bert Anciaux heeft een einde gemaakt, niet alleen aan het denken in de Volksunie maar ook aan het pluralisme dat sinds de aanvang de rijkdom vormde van die partij.

 

Hij - en hij alleen - had de waarheid en de wijsheid in pacht. Wie kritische vragen stelde, werd met banbliksems overladen en verdacht gemaakt.

 

Het "Sociaal en federaal !" van weleer leek plaats te moeten maken voor  "Autoritair en totalitair!".

 

De getrouwen van het eerste uur moesten hun mond houden : "Zwijgen als de vernieuwers en verruimers spreken ! ", een eigentijdse variant van wat Belgische legeraanvoerders tijdens de eerste wereldoorlog de Vlaamse frontjongens toe-snauwden: "Zwijk en vek !" 

 

 

Welnu, vandaag kan iedereen met eigen ogen zien dat al die zogenaamde verruimingskandidaten, die jarenlang geteerd hebben op de inzet van eenvoudige militanten, bij de eerste gelegenheid het hazenpad kiezen.

 

Patrick Vankrunkelsven - een van de grote vernieuwers -  etaleerde tijdens "Confidenties in Toscane" zijn afkeer van het nationalisme.  Diezelfde Vankrunkelsven was tot vóór een paar maand voorzitter van de VU, een partij die zich van bij haar oprichting beriep op het volksnationalisme…

 

Wat is zo'n individu ooit bij de VU komen doen ? Wie heeft die man een dergelijke machtspositie gegeven ? 

 

Een ander VU-voorzitter, Fons Borginon, zat voor het oog van de camera te spelen met zijn VLD - partijkaart.

 

De man beweert inmiddels doodleuk dat hij het volksnationalisme gaat waar maken bij de liberalen …   

 

En dan maar pleiten voor "duidelijkheid in de politiek". Binnen een paar maand wor-den er weer eens zeer diepzinnige discussies gehouden over de vraag waarom er een kloof bestaat tussen burger en politiek.

 

Andermaal zal schijnheilig verkondigd worden dat de democratie in gevaar is.

 

Maar wie brengt hier de democratie in gevaar ?

 

Essentieel in een democratie is dat men luistert naar de stem van het volk.

 

Politici moeten alert zijn voor wat er bij de mensen leeft, zonder evenwel blindelings de desiderata van de publieke opinie in te willigen.

 

Zij moeten redelijke oplossingen aandragen en die, indien nodig, bij het volk verdedigen.

 

Niets is nefaster dan de mensen voor voldongen feiten stellen.

 

Wie "en petit comité" allerlei zogezegd "toffe ideetjes" bij mekaar schrijft en die vervolgens - door slinkse intriges en trucs - probeert op te dringen aan de achterban, moet niet verwonderd zijn dat hij vroeg of laat het deksel op zijn neus krijgt.

 

Niet alleen de kiezer maar zelfs het kader pikt dergelijke praktijken niet.  En terecht !  

 

Bij de laatste stemming van de VU-partijraadsleden  is dan ook duidelijk gebleken dat voor dit zogezegd "verruimingsbeleid" eenvoudigweg geen meerderheid bestond.

 

Het sectaire kringetje rond de "grote charismatische vernieuwer" moest het stellen met amper 20 % ...

 

Iedereen kan nu met eigen ogen zien waartoe het "beleid" van Bert Anciaux heeft geleid.

 

Dit inzicht begint meer en meer door te dringen. Zelfs Sven Gatz, een medestander van Anciaux van het eerste uur, verklaarde letterlijk:

 

"Ik heb pas achteraf beseft dat de mensen die nu bij de N-VA zitten waarschijnlijk zijn afgeknapt op die wispelturigheid. Ik heb lang gedacht dat 't alleen om inhoudelijke verschillen ging, maar nu geloof ik dat het ook om Berts grillen ging; die konden ze niet meer verdragen. Op een gegeven moment heeft die irritatie ook bij mij de bovenhand gekregen." (Humo, 9  juli 2002)

 

Uitgerekend de mensen die jarenlang de trouwste  aanhangers waren, hebben precies omwille van Bert Anciaux, de partij verlaten.

 

Zeer tegen hun zin ! Maar zij konden niet anders.

 

Dit was immers niet meer de VU waarin zij jarenlang hadden geloofd.

 

Dit was niet meer de VU waarvoor zij vaak jarenlang en belangeloos offers hadden gebracht.

 

De malaise greep steeds sterker om zich heen. Iedereen die niet blind of doof was, kon het dagelijks vaststellen.

 

Maar er was erger !

 

Velen hadden lange tijd geen andere uitweg dan de richting van het Vlaams Blok in te slaan.

 

Niet alleen Bert Anciaux maar evenzeer al diegenen die hem hebben laten begaan - hoewel zij beter wisten ! - dragen hier een verpletterende verantwoordelijkheid.

 

Hen valt de twijfelachtige eer te beurt, niet alleen de doodgravers van de VU te zijn geweest maar tevens de beste propagandisten die het Vlaams Blok ooit heeft gehad.

 

Het "beleid" van Bert Anciaux als "minister van cultuur" was een regelrechte catastrofe.

 

Velen hebben zich de laatste maanden meermaals de bedenking gemaakt: wanneer meer dan tweehonderd jaar "Vlaamse Beweging"  er moesten  voor dienen om een "cultuurbeleid" voort te brengen van het "niveau-Anciaux", dan hadden wij ons  al die moeite kunnen besparen. Dan hadden wij ons  beter laten verfransen !  

 

Eind mei 2002 werd - en dit voor de zoveelste maal - zonneklaar de kern van het probleem  bloot gelegd.

 

Spirit was nog maar pas opgericht of uitgerekend dezelfde man die erin slaagde de VU te doen uiteenspatten, torpedeerde nu ook  Spirit.

 

Toch was die, o zo "zuivere", o zo "reine" en "progressieve" partij vakkundig uitgezuiverd van alle verderfelijke "reactionaire" smetten.

 

Wat er, na de recente "overstappen", nog van Spirit overblijft,  volgt de moderne rattenvanger van Hameln naar de SP.A…  

 

Bij de verkiezing - nu zo'n tien jaar geleden - van Bert Anciaux tot partijvoorzitter, maakte ik mij de bedenking :

 

"Quos Jupiter perdere vult, prius dementat".

 

Ik dacht ook aan de uitspraak van de veertiende-eeuwse Brabantse kroniekschrijver Jan van Boendale, jarenlang stadsklerk van Antwerpen:

 

"Wee den lande dat es in eens kints hande !"  

 

Ik dacht ook aan de uitspraak van Loge (een duidelijke verwijzing naar het Griekse woord Rede ):

 

"Ihr Ende eilen Sie zu, so stark Sie sich wahnen".

 

De feiten hebben mij - jammer genoeg ! - gelijk gegeven.

 

Alleen is het een wonder dat de VU desondanks nog zo'n 10 jaar heeft stand gehou-den.

 

Al die jaren hebben talloze hondstrouwe militanten gehoopt dat  de leiders eindelijk hun verantwoordelijkheid zouden opgenomen hebben.

 

Dat zij van de VU opnieuw de open en pluralistische partij zouden gemaakt hebben die zij steeds was geweest.

 

De mensen aan de basis hebben echter tevergeefs gewacht. Zij werden in de steek gelaten. Dit fortuin aan edelmoedigheid en inzet werd genegeerd.

 

Toch leeft bij velen onder hen zelfs nu nog steeds de stille hoop dat een aantal van de leiders waar zij jarenlang naar hebben opgekeken,  of dat toch minstens één enkele onder hen, de moed zou  hebben om - desnoods in besloten kring - te erkennen: 

 

"Dat heb ik niet gewild. Ik heb de situatie verkeerd ingeschat".

 

Het zou - eerst en vooral voor die voormalige leiders zelf - heilzaam zijn.  

 

 

 

Cancellarius

 

Juli 2002

 

 

VERLOOY VADER VAN DE NEDERLANDSE BEWEGING

 

 

 

BIJ EEN NATIONALE FEESTDAG  CONSCIENCE 0F VERLOOY  (11 JULI 2011)

 

Sedert 1984 is 11 juli officieel de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap in dit land.

Op die dag in het jaar 1302 versloeg een leger van gemeentenaren uit het graafschap Vlaanderen het trotse Franse ridderleger in de beemden van Kortrijk.

Hendrik Conscience, een kind van de 19de eeuwse romantiek, heeft ervoor gezorgd dat die middeleeuwse veldslag bekend raakte bij de brede lagen van de Vlamingen.

In 1838 publiceerde die zoon van een Fransman (!)  zijn “Leeuw van Vlaanderen”. In die roman riep Conscience de Vlamingen op om, in navolging van hun dappere voorouders, hun taal en cultuur te verdedigen tegen de Franse dreiging.

Dit was geen overbodige luxe. Het voortbestaan van het “Vlaemsch” was in die tijd ernstig in gevaar.

In 1830 was door separatisme “België” ontstaan.

Het Zuidelijke gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden scheurde zich af en werd een onafhankelijke staat, gedomineerd door de francofone bourgeoisie.

De nieuwe machthebbers beschouwden “le flamand” als een allegaartje van schabouwelijke dialecten, in de verste verte niet te vergelijken met het Frans, de universele cultuurtaal bij uitstek.

Historici hebben reeds lang een hele reeks kanttekeningen geplaatst bij de romantische schildering die Conscience bracht van het middeleeuwse Vlaanderen.

Vast staat echter dat die auteur erin geslaagd is om zijn denkbeelden te verspreiden bij de brede lagen van de bevolking.

De “Leeuw van Vlaanderen” heeft velen geïnspireerd en begeesterd.

Sommigen beschouwen dan ook de publicatie van deze roman in 1838 als het begin van de Vlaamse Beweging.

 

RATIONALISME EN NATIONALISME

Toch verscheen 50 jaar eerder hier in Brussel een ander boek dat, veel meer dan de roman van Conscience, de ideologische grondslag vormt van de beweging tot herwaardering van de Nederlandse taal cultuur en identiteit.

In 1788 inderdaad publiceerde Jan Baptist Verlooy zijn beroemde “Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden”.

Verlooy was afkomstig uit Houtvenne (Hulshout) in de Brabantse Kempen.

Anders dan Conscience die slechts weinig scholing genoten had, was Verlooy een intellectueel.

Hij had rechten gestudeerd aan de Leuvense universiteit en pleitte als advocaat bij de Raad van Brabant.

Dit gebouw bestaat nog steeds. Sinds 1830 vergaderen hier de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Verlooy besteedde niet alleen aandacht aan zijn advocatenpraktijk.

Hij schoolde zich voortdurend bij en onder meer in het gedach-tengoed van de 18de eeuwse filosofen, vooral de Franse.

Als overtuigd aanhanger van de “Aufklärung”, de Verlichting, legde Verlooy zich niet bij dogma’s en vastgeroeste opvattingen.

Hij stond zeer kritisch tegenover gevestigde instellingen en structuren en met name tegenover de kerk. Er bestaan overigens sterke aanduidingen dat Verlooy vrijmetselaar was.

Kortom: Verlooy was een rationalist, iemand die zich door de rede liet leiden.

Hij hechtte zeer veel belang aan de vrijheid van denken en aan de vrijheid in het algemeen.

Deze Kempenaar was er bijzonder trots op dat de Nederlanden van oudsher het land van de vrijheid waren.

Als Brabander en jurist die een studie gewijd had aan de Bra-bantse rechtsteksten wist Verlooy - beter dan wie ook ! - dat de Brabanders reeds tijdens de middeleeuwen een hele reeks vrijheden hadden afgedwongen van hun vorsten.

Telkens wanneer de Brabantse hertogen geld nodig hadden, werden zij geconfronteerd met de zelfbewuste burgers van Brussel, Leuven, Antwerpen, ’s Hertogenbosch, Tienen, Lier, Zoutleeuw.

Meermaals sloten die steden zelfs onderlinge allianties af om hun macht te vergroten.

Kortom: de Brabanders waren niet bereid de vorst belastingen te betalen zonder concrete tegenprestaties.

Enkel horigen en lijfeigenen betalen blindelings en zonder rekenschap te vragen.

De ook nu nog weerklinkende schijnheilige lokroep dat de burgers toch “solidair” moeten zijn met diegenen die geld nodig hebben, maakte op de Brabanders geen indruk.

Op die manier werd de macht van de vorst aan banden gelegd en verwierven de Brabanders een hele reeks vrijheden.

Die werden sinds de 13de eeuw opgetekend in grote landspri-vileges zoals de testamenten van Hendrik II (1247) en Hendrik III (1261), het Charter van Kortenberg (1312) en de Blijde Inkomst (1356).

Kortom: net zoals in het middeleeuwse Engeland, de bakermat van de moderne democratie, ontwikkelde zich ook in Brabant, een eigen constitutioneel systeem.

In 1422 kregen de Brabanders zelfs het recht om een vorst af te zetten die zich niet aan de afspraken hield.

Dit “privilegium Brabantinum” gold als lichtend voorbeeld voor de andere vorstendommen in de Nederlanden zoals Vlaanderen, Holland, Zeeland en Friesland.

Zowel tijdens de opstand tegen Filips II in de zestiende eeuw als tegen keizer Jozef II op het einde van de 18de eeuw beriep men zich ook buiten Brabant op het “Brabantse privilege”.

Verlooy zelf stond als democraat vooraan in de strijd tegen het autocratisch bewind van de Oostenrijkse Habsburger keizer Jozef II.

Hij verzette zich radicaal tegen de “almoogendheid van eenen”.

Hieruit blijkt Verlooy’s radicale democratische ingesteldheid van deze sociaal bewogen intellectueel.

Anders dan zoveel anderen die hun kennis voor zich hielden of ze hooguit debiteerden in kleine kringetjes van gelijkgezinden was Verlooy erop uit om de brede lagen van de bevolking daaraan deelachtig te maken.

Hij werkte zelf zeer concreet aan de democratisering van de kennis en de cultuur.

Ook bij de minder gegoede mensen leefde heel wat talent.

Die lieden kregen echter vrijwel nooit de kans om zich te ontplooien.

Dit was niet alleen jammer voor henzelf maar ook nefast voor de maatschappij.

Als sociaal bewogen democraat legde Verlooy zich niet neer bij die onrechtvaardige toestand.

Heel zij leven lang was hij erop uit “om het onkondigh volk te onderrichten en het zijne rechten te doen kennen”

Vrij snel kwam Verlooy tot het inzicht dat overdracht van kennis, politieke en maatschappelijke bewustwording enkel mogelijk zijn wanneer dit gebeurt in een taal die de brede lagen van de bevolking kunnen begrijpen.

Vandaar zijn hartstochtelijk pleidooi voor de herwaardering van de Nederlandse taal cultuur en identiteit.

Zo komt deze jurist tot zijn basisstelling: mensen kunnen pas ten volle hun welbegrepen belangen verdedigen en participeren aan de samenleving, - en wat is dit anders dan de democratie ? - wanneer zij dat probleemloos in hun eigen taal kunnen doen.

Enkel zo kunnen zij zich volop verantwoordelijk voelen voor de gemeenschap en zich daarvoor inzetten.

Met andere woorden: de herwaardering van taal, cultuur en identiteit vormen de conditio sine qua non voor de democratisering van de samenleving.

Meer nog: precies dit besef van eigenheid doet de mensen beseffen dat zij tegenover die concreet herkenbare gemeenschap een enorme verantwoordelijkheid dragen.

Voor de anonieme massa daarentegen voelt niemand zich nog verantwoordelijk … met alle gevolgen van dien.

Het opnemen van verantwoordelijkheid voor anderen stelt het individu in staat meer mens (“humanior”) te worden.

Nationalisme is met andere woorden niets anders dan de concrete belichaming van het humanisme.

Verlooy heeft niet alleen aandacht voor de identiteit maar evenzeer voor andere waarden.

Dit geldt met name voor de vrijheid, maar dan niet de vrijheid die het individu in staat stelt in alle omstandigheden “zijn goesting te doen”.

De vrijheid van Verlooy sluit aan bij die van de Pruisische denkers.

Het is de mogelijkheid ongehinderd de eigen creativiteit te ontplooien ten bate van de gemeenschap.

M.a.w. de hoogste vrijheid bestaat in de plichtsvervulling.

Als sociaal bewogen intellectueel had Verlooy bijzondere aandacht voor de mensen die niet tot de geprivilegieerde bovenlaag behoorden.

Heel zijn leven heeft deze progressieve jurist er naar gestreefd de sociaal zwakkeren meer kansen te bieden.

Ook zij moesten de mogelijkheid krijgen hun talenten te ontplooien ten dienste van de Nederlandse (!) natie.

Op 11 juli past het dan ook aandacht te besteden aan deze merkwaardige figuur.

Die aanhanger van de “Aufklärung”, de Verlichting, heeft als eerste de nobele beginselen geformuleerd die tot op vandaag de beweging voor de herwaardering van de Nederlandse taal cultuur en identiteit bezielen.

Volkomen terecht heeft de “Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie”, het “Parlement van de Brusselse Vlamingen” in zijn gebouw in de Brusselse Lombardstraat een zaal genoemd naar J.B. Verlooy (1746-1797)

Paul De Ridder Brussel&Firenze

Paul De Ridder Brussel&Firenze

Paul De Ridder Brussel&Firenze

Paul De Ridder Brussel&Firenze